Diep in het bos staat de woning van een houthakker en zijn gezin. Ze leven van wat de natuur hen te bieden heeft. Dat gaat, maar het houdt niet over. Elke nieuwe dag brengt weer de zorg voor voldoende eten. Die avond zit het gezin aan tafel met niets dan een waterig soepje en wat oud brood. Ze willen net gaan eten, wanneer een rijk geklede, maar wel verfomfaaide man aan hun deur staat.
Het is de koning, die, afgedwaald van het jachtgezelschap, waarmee hij op pad was, moe en hongerig bij hun huis is aangekomen. Hij vertelt hoe lang hij al alleen door de bossen heeft gelopen en vraagt of hij iets te eten kan krijgen. De vrouw schaamt zich voor de armzaligheid van haar soep, maar biedt de koning er toch een kom van aan.
“Dit is helaas alles wat we hebben,” zegt ze verontschuldigend.
De koning zegt niks en eet samen met het gezin van de soep en het brood. Wanneer de koning weer vertrekt, na door de houthakker op de goede weg te zijn gewezen, zegt hij: “Ik heb helaas niets bij me wat ik kan geven in ruil voor het eten. Maar morgen kom ik terug en eet ik weer mee. Ik betaal jullie dan net zo veel gouden munten als er vetogen op de soep drijven.”
De volgende dag geeft de vrouw haar man en kinderen opdracht om alles, maar dan ook alles, waar maar een beetje vet aan zit, bij elkaar te schrapen. Deze kans kan het einde van hun armoede betekenen. Er wordt een vogel gevangen, een stuk kaas, nog wat oude room en wat restjes vlees gevonden. Maar voor de vrouw het is nog niet genoeg. “Er moet meer in!” roept ze.
De kinderen worden het bos ingestuurd om paddenstoelen te verzamelen. Vader moet met het laatste geld naar de markt voor boter. En ondertussen slacht de vrouw het konijn, ook al weet ze, dat de kinderen hem zullen missen. Ze heeft alleen de gouden munten voor ogen, die ze vanavond zal krijgen. Alles wat ze aan vettigheid hebben kunnen vinden gaat de pan, het vuur wordt opgestookt en dan gaat de deksel erop.
s’ Avonds zit het gezin samen met de koning verwachtingsvol aan tafel. De vrouw doet de deksel van de pan en dan wordt het stil, heel stil. Op de soep drijft één groot oog van vet. De koning legt één munt op tafel en vertrekt.
Dit prachtige verhaaltje staat in de Verhalenmail van april. Je kunt je hierop gratis abonneren via de site Zinnige Verhalen.